vrijdag 20 juli 2012

Sneak Peek

Heyy guys.
I was working on a new story, for a compatition I joined. And I want do show it to you. Please give a comment with weaknesses and pluses. Just try to be onhonst and do say nice things just to be nice xD. But please don't mind all the spelling and grammar mistakes..... I'll take them out as soon as I can.
Well here it is:


Samen met zijn hond schoot de jongen door de straten van de stad, Ugwall. De voorbijgangers besteedden geen aandacht aan hen en gingen door met hun dagelijkse bezigheden.
Nathan rende zo snel mogelijk door de straten en ontweek mensen, dieren en karren. Een kat stoof opzij toen hij en zijn hond Wolf, een kruising tussen een husky en een herder, aan kwamen stormen.
Wolf vloog de kat niet achterna, zoals elke andere hond zou doen, maar hij was dan ook geen gewone hond. Als hem zo zou zien, zou het je niet meteen opvallen. Of zelfs helemaal niet. Zijn ogen hadden andere kleuren dan normaal was. Ze waren paars. Diep paars, waardoor je op het eerste gezicht zou denken dat het zwart, of heel donkerbruin was.
Aan Nathan viel niets ongewoons op te merken. Hij was dan ook heel normaal. Vond hij zelf. Anderen vonden hem vreemd en meden hem. Daarom was hij ook weggevlucht uit zijn oude dorp. Ze hadden hem gewoon weggejaagd. Hij had er vrede mee. Het bestaan dat hij nu leidde was veel beter.
Hoewel hij nog steeds brieven van zijn overbezorgde vader kreeg voelde hij zich vrij. Hij had het dorp achter zich gelaten, helaas ook samen met zijn vader en zusje. Spijt had hij wel, maar ze zouden zich makkelijk redden. Zijn vader was een geweldige smid die goeie zaken deed. Zijn zusje, Rosalina, was goed in weven en verkocht dan ook regelmatig kleine kleedjes. Verder hadden ze ook nog wat kippen en een geit waarvan ze de producten verkochten.
Nee, Nathan maakte zich totaal geen zorgen.
Buitenadem stond hij met zijn handen op zijn knieën uit te hijgen. Hij voelde het pakketje in zijn buidel tegen zijn been schommelen en besefte dat hij voor het vallen van de avond bij zijn opdrachtgever moest zijn. Snel wenkte hij Wolf, die achterom had staan kijken. Niemand was hen gevolgd gelukkig.
Eenmaal aangekomen bij het huis aan de rand van de stad klopte hij op de zware houten deur. Even later werd er open gedaan door een jonge vrouw. Haar blonde haar zat in een knot, en haar schort zat onder de vlekken. Onder haar ogen waren wat wallen te zien, ze was duidelijk moe. Toch stond er een flauwe, vriendelijke lach op haar gezicht.
Ze liet hen binnen en sloot daarna de deur. “Mijn man zit in zijn studeerkamer, boven.” Ze wees de donkere trap op en verdween daarna naar achteren. Waarschijnlijk naar de keuken.
Het huis was schaars ingericht, dat was al te zien aan de gang en de trap waar ze door liepen. De trap kraakte verschrikkelijk, iets waar Nathan een hekel aan had. De overloop boven was niet veel lichter dan de trap. Een stoffig raam zorgde voor wat schemerig licht en de kaars op het kleine tafeltje naast een deur gaf ook al niet veel licht.
Voorzichtig klopte hij op de deur van de studeerkamer. Hij was er drie dagen geleden ook al geweest, om zijn opdracht aan te nemen. Toch was hij nog steeds niet gewend aan de geur in de kamer. Het rook er naar dood.
De deur ging langzaam open en de man liet hen binnen. De geur kwam als een muur in zijn gezicht geslagen. Zelfs Wolf moest even zijn snuit ophalen.
Nathan bleef twijfelend staan toen de man langzaam naar achter zijn bureau liep. Het ding leek wel uit een stuk hout gehaald te zijn, zonder al te veel zorg.
Op het blad lagen over papieren, documenten en rollen met informatie over van alles en nog wat. Verder lagen er wat grijze veren en een pot inkt.
De man ging zitten op de versleten stoel, en streek zijn grijze haar naar achteren. Nathan schatte hem niet ouder dan zestig, maar zeker niet jonger dan vijftig.
Meneer Haskins gebaarde hem te gaan zitten en wijs volgde hij dat op. Wolf ging naast de stoel waar hij op ging zitten liggen en keek rustig om zich heen.
“Heb je het pakketje?” vroeg meneer Haskins met een verrassend vaste stem.
Nathan knikte en haalde het voorwerp, gewikkeld in bruin papier uit zijn buidel. Toen hij het op het bureau legde sloot hij zijn buidel en keek Haskins verwachtingsvol aan. “Je hebt goed werk geleverd. Binnen een week, veel eerder zelfs en het is nog in perfecte staat.” Dat laatste zei hij toen hij het papier van het voorwerp af had gehaald. “Ik doe gewoon mijn werk.” Nathan's stem klonk iets onverschilliger dan hij had gewild, maar het kon hem niet zo veel schelen. “Ik wil niet onbeleefd zijn,” begon hij, “maar wat is het?” Hij bekeek het voorwerp in de hand van Haskins.
Het was een kistje, gemaakt van een soort hout dat hij nog nooit eerder had gezien. Het glimde in het licht van de vele kaarsen en leek wel te golven.
Toen Haskins het kistje weer neer zette beantwoorde hij zijn vraag. “Dit is een kistje, gemaakt door de elfen die over zee wonen. Het is gemaakt van het hout van de abran boom. Men zegt dat het hout genezende krachten heeft, maar dat is niet de reden waarom ik het wilde hebben.”
Nathan keek hem vragend aan. “Waarom dan wel?”
“Ik wil het kado doen aan mijn vrouw. Je hebt haar al ontmoet neem ik aan.” Nathan knikte. Dat had hij inderdaad.
Ze bleven beide even stil, tot Haskins zich opeens omdraaide. Nathan schrok een beetje, maar herstelde zich snel. “O, natuurlijk. Je betaling.”
Opgelucht haalde hij adem. Hij had al gedacht dat de oude man het was vergeten.
Er werd hem een klein buideltje overhandigd. De paarse stof was zacht, en de inhoud voelde zwaar. “Ik heb er net wat extra's bij gegooid, omdat je het zo snel hebt weten te bemachtigen.”
Hij glimlachte zo vriendelijk als mogelijk. Hij was blij met het extra geld, maar lachen was niet echt zijn ding. “Heel erg bedankt.” Terwijl hij opstond ging Wolf rechtop zitten en wachtte tot zijn baasje hem mee zou gebaren. “Graag gedaan hoor.” Haskins pakte het kistje op en zette het in een la in zijn bureau.
Nathan knikte, opende de deur en wenkte Wolf mee. Daarna liep hij van de krakende trap af en zei gedag tegen mevrouw Haskins.

Met een lach op zijn gezicht liep hij over het pad door het bos. Het pad was verlaten op Nathan en Wolf na. Het lag dan ook erg goed verborgen.
Snel keek hij om zich heen, om zeker te weten dat niemand hem had gevolgd. Toen dat niet zo bleek sloop hij om de grote eik heen.
Aan de andere kant van de boom hing een vreemd soort liaan. Dat moest het touw in ieder geval voorstellen.
Hij trok aan het touw en een luik opende ergens boven in de boom. Niemand anders had geweten wat hij aan moest met het luik, zo hoog in de bouw. Nathan daarentegen wist dat wel. Hij spande zijn spieren aan en zette zijn rechtervoet op een dikke knoest op de boom. Terwijl hij zich optrok zette hij zijn andere voet op een tak waar hij nog maar net bij kon en greep de takken boven zijn hoofd. Toen hij zich optrok ging hij op een van de takken zitten en vervolgde zijn weg naar boven.
Eenmaal bij het luik aan gekomen kroop hij er door heen.

Wolf stond beneden de grote eik te wachten. Hij was natuurlijk niet meegegaan met Nathan, zoiets zou hij nooit kunnen.
Nathan liet een soort liftje naar beneden zakken. Terwijl Wolf braaf op het stuk hout stapte takelde hij hem naar boven. Door de velen katrollen was de hond niet zo zwaar. Gelukkig maar, dacht Nathan altijd maar. Anders kon hij hem nooit die acht of misschien zelfs negen meter omhoog takelen.
Het stuk hout van de lift sloot het gat, dat in de vloer zat, perfect. Wolf blafte zacht en ging in zijn grote stapel dekens liggen, die moest dienen als een soort mand.
Nathan wist dat de meesten honden zagen als werktuigen, maar hij vond het veel leuker om er een als vriend te hebben.
Hij maakte wat te eten voor zichzelf in de donkere boomhut en maakte zich niet druk om de camouflage van de hut. Hij was helemaal groen geschilderd, en in de bladeren kon niemand hem zien. Vooral omdat niemand ooit helemaal naar boven in een boom ging zitten kijken. Er kwam toch nooit iemand in dit stuk van het bos.
Na zijn maaltijd ging hij in zijn bed liggen en sloot zijn ogen.

Wolf sprong op zijn buik, waardoor alle lucht uit zijn longen werd geperst. “Au!” riep Nathan uit.
Met een blije snoet zei hij goeiemorgen. Nathan beantwoordde dat door hem wat over zijn kop te aaien en kwam uit bed.
Toen hij zijn kleren aan had, zijn riem met buidel, hoorn en dolk om zijn middel had gehangen verliet hij zijn hut op dezelfde manier als hoe hij er was gekomen. Wolf kwam ook weer op de zelfde manier beneden, maar dan meteen ander touw.
Vandaag zou hij eerst opzoek gaan naar een nieuwe opdracht. Daarvoor moest hij naar de andere kant van de stad, naar de herberg de gouden draak.

Nathan stapte met Wolf de gelag kamer van de herberg binnen en begroette de eigenaar. Het was een aardige man, vond hij.
Daarna liep hij naar zijn vaste tafel in de hoek van de kamer. Het was er lekker warm en hij leunde achterover, tegen de leuning van de stoel. Nu moest hij wachten tot iemand naar hem toe stapte. Normaal duurde het niet zo lang voordat iemand dit deed. Zijn klanten waren van alle soorten en maten. Hij moest zelfs ooit een stuk houten speelgoed van een kind jatten, omdat een ander kind het wilde hebben. Zuchtend had hij de taak aangenomen, maar hij werd er dan ook wel voldoende voor betaald.
Het duurde even voordat er iemand de gelag kamer binnen kwam. Tot zijn verbazing, was het Haskins.
Toen de man ging zitten keek Nathan hem vragend aan. “Meneer Haskins, ik had het kistje toch al voor u gehaald, of wilt u nog iets?” vroeg hij meteen. Hij kon zijn nieuwsgierigheid niet onderdrukken. Haskins liet zijn hoofd hangen. “Het is gestolen.” Hij fronsde. “Gestolen?” Haskins knikte. “Door wie?” “Ik weet het niet, maar nu vraag ik je om het terug te halen. Ik betaal je er goed voor!”
Nathan dacht erover na. “Ach, waarom ook niet.” Hij stond op en schudde Haskins de hand. “Ik zal het zo snel mogelijk bij u afleveren.”
Nadat ze gedag hadden gezegd was Nathan vertrokken. Wolf wist de geur van het vreemde hout nog goed en vond het spoor al snel terug. Zijn reuk vermogen was goed, zelfs voor een hond.
Na een paar uur vonden ze het huis waar het naartoe was gebracht al. Het was een vervallen huis, en het zag er armoedig uit.
Nathan klom via de muur in een steeg naar boven en sloop over de daken naar het huis. Toen hij door het raam naar binnen was geglipt keek hij rond. Gelukkig had hij meteen de goeie kamer gevonden, want het doosje stond op een tafel in de hoek. Behendig sprong hij naar de tafel, griste het kistje mee en sprong weer door het raam naar buiten.
Grijnzend liep hij langs het huis af, richting Haskins en keek naar de gesloten deur. “Sukkels,” fluisterde hij tegen Wolf. De hond maakte een piepgeluidje als bevestiging.
Toen hij pas net voorbij het huis was ging de deur open, maar Nathan merkte er niet veel van door de drukte op straat. “He!” riep een stem achter hem. Hij bleef staan en keek een man recht in de ogen. Hij had een grote dolk vast. “Geef dat ding terug!” Hij weest naar het kistje in zijn handen. Nathan schudde zijn hoofd en wilde zich omdraaien, maar het was te laat. De dolk raakte hem tussen zijn schouder bladen en de man trok het kistje uit zijn handen. Wolf begon te janken alsof hij de pijn ook voelde en viel neer.
Het duurde niet lang voordat ze allebei doodstil op straat lagen, en niemand die naar ze omkeek.
Nathan blief zijn laatste adem uit, net als Wolf.
Door de lucht, bijna onzichtbaar, zweefde een gedaante. Het was een jongen.
De nacht viel, en de man ging slapen. Het was nieuwe maan en erg donker in zijn kamer. Toen er een flauw licht begon te schijnen dacht hij dat hij gek werd, maar al snel zag hij de jongen en zijn stomme hond. “Wat?! Wat doe jij hier?” Hij schoot overeind. De jongen zei niets en hief zijn hand. De hond sprong vooruit en greep de man bij zijn nek. De jongen zelf zweefde langzaam naar hem toe. “Elke nacht dat je slaapt, zul je de ergste dromen hebben. Dat is de vloek die je krijgt als je een demon dood!” De hond en de jongen losten op en de man bleef bevend in zijn bed zitten. Na een tijd viel hij in slaap, en droomde de ergste dromen. Zoals de verschijning had gezegd.

Na vijf dagen trof zijn vrouw hem dood aan in de keuken. Zwevend boven de vloer, alsof iets zijn nek vast had. Bloed druppelde uit de gigantische wond in zijn nek. Het bloederige vlees was te zien en de ogen van de man stonden wijd open. Ze waren diep paars van kleur.
De vrouw schreeuwde het uit, waarop de hond verscheen. Deze keer was hij alleen en sprak met de stem van de jongen de zelfde vloek over haar uit.
Op haar werk, in de weverij werd ze de lucht in geslingerd, onder luid gekrijs van de omstaanders. Haar nek werd heen en weer gesleurd en beten ontstonden.
Na het verschrikkelijke tafereel bleef de vrouw zweven. Een van de omstaanders kwam dichterbij en raakte haar aan, waarna de hond verscheen en haar hetzelfde vertelde.

Rosalina liep tussen de verlaten huizen door en kneep in de hand van haar vader. “Waar is iedereen, waar is Nathan.” Ze keek om zich heen. Voorzichtig liep ze naar een van de huizen. “Pap!” Ze wees naar een zwevende vrouw. “Hoe kan dat?” Haar vader schudde zijn hoofd.
Opeens vloog ze naar boven. “Rosa!” Haar vader trok aan haar arm, maar kon niets maar doen toen er verschrikkelijke wonden in haar nek waren te zien.
Vol ontzag rende hij weg, zijn dode dochter achter latend. Hij struikelde over een steen en viel in de modder op de verlate straat. “Wat...?” Er verscheen een jongen. “Nathan?” vroeg hij ongelovig. Zijn zoon gaf geen antwoord maar vloog hem naar zijn keel.
Sindsdien mijd iedereen Ugwall, bang voor de vloek van de dromen demon.



Soo...... I hoped you enjoyed it xD and learned never to kill a demon. I hope you give a comment wich can help me with my writing progress. Thanxx already :P


Greetz M.





woensdag 18 juli 2012

Great Caramel

Hii guys.
I'm a little bit crazy about dragon made of food!! xD But who doesn't like food? :P
Anyway, I found this dude who makes caramel dragons!!!!!! It's amazing! Sooooo awesome! I really want to have one! (and eat it ofcourse)
But here's the video:

Melon Dragon

Just found this dragon, completely made out of melons!!


Real cool art

Hii guys.
On froot I found some pics. It's one sheet of paper, cut out and made into some real nice stuff.
Just look yourselfs ;)
http://www.froot.nl/categorie/art-en-design/kunstwerken-gemaakt-uit-een-vel-papier/
Sometimes I wonder how people can do this stuff. It seems pretty simple, but I bet it is even harder than trying to fly. xD
Greetz M.


zaterdag 14 juli 2012

Artemis Fowl

Hii guys.
I read the first book of the serie Artemis Fowl. It's a bout a young boy genius, who steals all kinds of magical stuff. It's really tensive and so awesome to read. You got to read it!
That magical stuff has mostly to do with elfs, and other creatures.
As I already said, you got to read it.
Greetz M.

donderdag 12 juli 2012

DeviantArt

I was just surfing on the internet and was looking at Deviantart.com when I saw this dragon.
I find it really inspiring, so I'm thinking about making something like this too. I wont do it exactly the same, no that would be stealing. xD
But I'll post that drawing as soons as I finished it. :D
Greetz M.

The little things in life (part V)


“Jevy.” De stem klonk vaag en ver weg, maar was wel waarneembaar. “Jevy!” Het klonk nu dwingender. Ze gromde en draaide zich op haar andere zij. “Jevy, ik ben het Lirian.” Ze bleef op haar zij liggen en fronste haar voorhoofd. Lirian moest glimlachen, ze zag er altijd zo schattig uit als ze zo keek. Het was een beetje vreemd, maar soms, als hij haar opzocht, wachtte hij even met haar te wekken en bleef gewoon even kijken. Niet lang natuurlijk, ze hadden hun tijd nodig om dingen te bespreken. “Jevy.” Ze werd nog steeds niet wakker. Langzaam liet hij zijn hand naar haar schouder gaan en schudde hem een beetje. Ze draaide haar hoofd en keek hem met slaperige ogen aan. “Lirian?” Ze was duidelijk nog niet helemaal wakker. “Ja, wie anders?” Hij lachte. Jevy lachte droog mee en kwam langzaam overeind. “Heey.” Ze keek nog steeds een beetje duf. Lirian ging naast haar zitten. “Mag ik het plan nog weten?” Ze keek hem nieuwsgierig aan. “Haha, waarom zou ik hier anders zijn?” Jevy zweeg even en dacht na over een gevat antwoord. “Gewoon om mij te zien.” Ze lachte maar hield op toen ze hem aankeek. Zijn ogen leken de hare te doorboren en diep in haar gedachten te kijken. “Euhmmm, het plan?” Dat was nogal gênant. “Ja, het plan.” Lirian ging verzitten zodat Jevy gemakkelijker kon gaan zitten. “Ik dacht aan de zestiende. Er komen nieuwe kinderen binnen, dus daar zullen veel bewaarders bij zijn. Ook is het zaterdag dus iedereen zal wel moe zijn.” Jevy knikte en keek bedenkelijk de donkere kamer in. “Ok, maar wat is het plan nou precies. Ze werd erg nieuwsgierig. “Luister, we gaan dus 's nachts, om drie uur als de wacht wisselt, naar de eetzaal.” Jevy keek hem verbaasd aan. “Wat, hoe wil je dat gaan doen? Ik weet niet eens hoe jij hier elke avond komt.” Lirian lachte. “Dat zal je waarschijnlijk ook nooit weten. Nou, heel misschien in de toekomst, als we ontsnapt zijn.” Daarna ging hij verder met zijn verhaal. “Maar, we gaan de west poort, omdat de nieuwe kinderen daar binnenkomen kunnen wij meeliften terug naar buiten.” “Hoe wil je in die wagens komen, en niet gezien worden?” Lirian schudde zijn hoofd, daar heb ik allemaal aan gedacht. “Ook aan de bewakingscamera's?” Jevy had zo haar bedenkingen over het nogal vage plan van haar vriend. “Allemaal al aan gedacht. De wagens stoppen vlak voor de deur, en de bewaarders letten nooit goed op buiten de gebouwen. Over dat niet gezien worden, in de wagens hebben banken om op te zitten. En jij gaat de komende avonden schilderen wat al de camera's daar zien.” Hij zat trots te glimlachen. “Hoe weet jij al die dingen over die wagens eigenlijk?” vroeg Jevy na een tijdje. Lirian schudde zijn hoofd. “Ik observeer graag, en soms hoor je wel eens wat.” Hij schoof een beetje naar achteren. Jevy deed hetzelfde en leunde met haar rug tegen de koude muur.
Daarna praatte ze nog een tijdje, tot Lirian weer weg moest. “Ik zie je morgen.” En hij verdween gewoon. Zonder een geluid te maken was hij weg. Jevy bleef zich afvragen hoe hij dat toch deed.

Over twee weken en een dag zouden ze ontsnappen. Lirian had haar laten beloven het tegen niemand te zeggen. Zelfs niet tegen Kyrma, Conjor, Sellon en Malar. Het voelde als een soort verraad, tegen haar vrienden nog wel. Ze wilde dol graag weg, de wereld in. Niet meer opgesloten zitten, maar het voelde niet zo goed om haar vrienden achter te laten.
Ze had in de klas gehoord over de tweede wereldoorlog, die was dan wel driehonderd negentig jaar geleden, ze vond de verhalen over de kampen daar verschrikkelijk. Ze wist dat het bij haar veel beter was dan daar, maar ze vond het nog steeds verschrikkelijk.
Ook de lessen over de derde wereldoorlog, die vond ze ook maar niets. Die oorlog was pas honderd en vijftien jaar geleden, maar alsnog waren er nog mensen die er last van hadden. Bijna de hele planeet was verwoest. Bijna alles was opgeblazen, er was bijna niets meer over. En Nu waren er grote sloppenwijken over heel de wereld, beweerde de docenten en de bewaarders. Toch wist bijna iedereen dat er wel iets niet klopte aan dat verhaal.
Het duurde eeuwig voordat de dag voorbij was. In de machinekamers, waar ze vandaag had moeten werken, was er een jongen van veertien in elkaar geslagen, zijn pols was gebroken, maar geen bewaarder die er naar keek of er maar iets aan deed. Gelukkig wist iemand de zuster te halen. Zij had de jongen verzorgd.
Het waren dat soort dingen die Jevy weer wat opvrolijkte.


(Well, this is the end of my story. Hope you enjoyed it ;) 
Greetz M.)

woensdag 11 juli 2012

Some drawings


Heeyy,
Here are some selfmade dragons, and maybe a few birds :S


















The little things in life (part IV)


Meneer T liep voorin de klas heen en weer met zijn handen op zijn rug. Een jongen uit Jevy's klas had zijn papieren pas net op tafel liggen en keek schichtig zijn richting in. Meneer T stopte met heen en weer lopen en draaide zich richting de jongen, die bedroefd naar beneden keek. De docent kuchte en de jongen stak zijn handen twijfelend naar voren, met de palmen naar boven gericht. Meneer T liep naar het blauwe veld dat als bord diende vooraan in de klas en pakte de plastic lat die ernaast stond. Jevy keek naar beneden toen ze zag dat Meneer T de lat hier. Even later hoorde ze een harde knal en de jongen die schokkerig adem haalde. Pas na een paar seconden opende ze haar ogen weer en keek weer naar voren. “Nog iemand?” vroeg Meneer T op kille toon aan de klas. Niemand antwoordde, of maakte geluid. Iedereen hield zijn adem in tot hij zich omdraaide om de lat weg te zetten. “Vandaag, mormels, gaan we het hebben over de economie.” Hij bleef door praten op zijn kille, verafschuwende manier. Nadat hij dat had gezegd stikte hij op het bord en een lange tekst verscheen. “Jullie gaan die drie keer overschrijven, en als je dadelijk binnen een half uur niet klaar bent...” Hij maakte zijn zin niet af, maar iedereen in het lokaal wist wat er dan gebeurde.
Jevy schreef zo snel, en leesbaar als ze maar kon. Nog tien minuten en ze was op de helft van haar derde keer. Dit ging ze wel halen, maar een paar mensen in haar klas hadden wat problemen met overschrijven. Die kregen dan meestal weer slaag van de plastic lat.
“Zo, leg allemaal jullie papieren op tafel.” Meneer T stond op van zijn bureaustoel en wachtte tot iedereen zijn potlood neer had gelegd en de papieren open op tafel had gelegd. Hij begon langs de rijen te lopen. Iedereen waar hij langs was gekomen haalde opgelucht adem en ontspande zijn of haar spieren. Ergens in het midden stond hij stil, bij een meisje. Zij was een van de kinderen die moeite had met het overschrijven van dingen. Ze droeg al een bril, maar dat hiep niet echt. Met gebogen hoofd keek ze naar haar tafel en mompelde een verontschuldiging. “Het spijt je?” Meneer T keek haar met een giftige blik aan. “Het spijt ja?” Zijn stem klonk spottend. Het meisje legde haar handen op tafel, en Meneer T haalde de plastic lat te voorschijn. Weer keek Jevy niet toe hoe het meisje op haar handen werd geslagen, daar kon ze gewoon niet tegen. Het was oneerlijk, ze zouden haar moeten helpen met schrijven en lezen in plaats van haar afranselen.
De rest van de les waren er nog zeker vijf andere kinderen geslagen, het minste deze week. Op dinsdag waren het er in totaal zelfs eenentwintig. Woensdag waren het er elf geweest, gisteren vijftien, en vandaag gelukkig maar zeven.
De bel klonk door het gebouw en Meneer T verliet het lokaal zonder hen ook maar een blik waardig te gunnen. Jevy stopte haar spullen weg en ging naast haar tafel staan. Daarna schoof ze haar stoel aan, vlak voordat de bewaarders binnenkwamen. Alle twintig stonden ze naast hun tafel tot de bewaarders hen wenkte dat ze mee mochten komen.
Zonder een woord te wisselen werden ze naar de eetzaal gebracht en daar achter gelaten. Zij waren een van de laatste, dus toen Jevy bij haar vaste tafel aankwam zat de rest er al te eten van hun prut.
“Hoi,” zei Conjor. Jevy ging ook zitten. “Heey.” Ze pakte haar lepel en schepte hem vol met prut. “Hoe was jullie dag?” Kyrma leunde wat naar voren, over haar eten. “Redelijk,” antwoordde Sellon. Malar antwoordde hetzelfde. Conjor haalde zijn schouders op en zei: “Zoals gewoonlijk.” Lirian daarentegen zei niets. “Lirian?” Sellon keek vragend naar zijn vriend. “Lirian?” Hij tikte hem aan. “Huh, wat?” Lirian keek zijn vrienden een voor een verduft aan. Ze moesten lachen. “Hoe was jou dag?” vroeg Kyrma nog een keer. “Oh, niets bijzonders. Ik heb wat schrammen opgelopen door een bewaarder, maar het is niet ernstig.” Jevy schudde haar hoofd. “Het ziet er wel pijnlijk uit.” Ze nam nog een hap van haar prut en keek toen over haar linker schouder. Er stond een bewaarder in de hoek die naar hen zat te gluren. Dat soort dingen deden ze wel vaker, waarschijnlijk hadden ze niets beters te doen.
Een paar minuten later ging de bel weer, en ieder vertrok naar zijn kamer om z'n douche spullen te halen. Jevy pakte schoon ondergoed een een schone pyjama broek en T-shirt uit haar kast en stopte die in haar douche tas. Daarna liep ze samen met Kyrma naar de meisjes douches. Ze koos een hokje uit en liet het warme water over haar schouders spoelen. Die dag was ze niet zo vies geworden. Ze pakte wat shampoo uit de fles die aan de muur hing en waste haar haren.
Terwijl ze de zeep uitspoelde sloot ze haar ogen en dacht na. Wat zou Lirian's plan zijn om te ontsnappen. Zelf kon ze niets bedenken. Er was nog nooit iemand ontsnapt. Of het werd hen gewoon niet verteld, dat kon ook.
Na het douchen trok ze haar schone kleren aan, stopte haar vieze in haar tas en liep haar hokje uit. Kyrma stond net bij de deur naar de gang en Jevy liep op een drafje naar haar toe. “Wacht even,” zei ze. Kyrma wachtte en opende de deur toen haar vriendin naast haar stond. Onderweg naar hun kamers kletste ze nog even en namen toen afscheid. “Slaap lekker.” “Welterusten,” antwoordde Jevy en zwaaide haar gedag. Ze opende haar deur en liep naar binnen. Het blauwe veld maakte geen enkel geluid toen het sloot. Ze legde haar vieze kleren in de wasmand die over twee dagen bij de waskamers ingeleverd zou moeten worden. Daarna pakte ze een potlood dat ze ooit uit haar lokaal mee had genomen en een stuk papier uit het atelier. Ze begon met de eerste potlood streek op het papier. In haar fantasy vormde zich al een beeld van een prachtige lelie. Na drie kwartier stond de bloem in grove lijnen op het papier. Na een kwartier waren de juiste schaduwen toegevoegd en was haar tekening af. Deze zou ze naar buiten sturen. Eens in de zoveel dagen maakte ze een tekening en vouwde er een vliegtuigje van. Als de wind goed stond zou het stuk papier over de muur zweven en aan de andere kant terecht komen. Hoewel Jevy niet wist wat er mee zou gebeuren gaf het haar een gevoel van vrijheid. Als ze de volgende dag dan weer wakker werd, was het gevoel weer weg, door de regels en te veel structuur.
Het vliegtuigje was achter de muur verdwenen, dus Jevy liep naar haar deur en zette die op nachtstand. Dan gaf het blauwe krachtveld geen licht meer, maar als je het aan zou raken, zou je het wel voelen. Ook was het nu helemaal niet doorzichtig meer. Normaal kon je er nog een beetje doorheen kijken, alsof het van glas was, maar nu niet meer.
Jevy sloeg de dekens om en ging op haar bed liggen. De zon was al verdwenen, dus het duurde nog maar een paar uurtjes voordat Lirian tevoorschijn zou komen. Die paar uurtjes zou ze nog even slapen.

zaterdag 7 juli 2012

A forged nut

This evening I found/took a nut at my friends house. It belonged to her brother, but he didn't need it anymore. So I took it. xD
But anyway, here is a picture. Made by my father.


The little things in life (part III)


Ze kwamen even later aan in de grote hal. Het podium aan de voorkant had een zwart doek dat meestal dicht was. Alleen bij feestdagen was het geopend.
Jevy ging in de menigte voor het podium staan en wachtte tot de bewaarders de rijen afgingen om hen hun rooster te overhandigen. Een norse man gaf haar het stuk papier met haar rooster.
Ze had geluk, eerst moest ze naar het atelier. Na de pauze, waarin ze niet eens wat te eten kregen moest ze naar haar les.
Nadat iedereen zijn rooster had gekregen liep iedereen in dezelfde rijen van drie terug naar hun kamers.
Met zweterige handen liep ze met de groep terug naar haar kamer om zich om te kleden. Kyrma en Conjor hadden niets gemerkt. Jevy werd een beetje zenuwachtig toen een bewaarder omdraaide. Zijn donkerblauwe uniform kreukelde toen hij zijn romp een halve slag draaide en haar kant op keek. Jevy slikte even, maar herstelde zich snel. Haar handen bleven zweterig tot ze haar deur bereikte, haar hand op de knop legde en zwaar ademend bleef staan toen het blauwe krachtveld zich achter haar sloot.
Ze had haar kamer bereikt zonder enige problemen. Opgelucht haalde ze adem. Even later haalde ze de brief uit haar broek en stopte hem achter een van haar tekeningen aan de muur. Nu moest ze binnen tien minuten omgekleed zijn en klaar voor haar dienst.

In haar witte blouse liep ze achter een bewaarder aan. Hij had haar opgehaald bij haar kamer en zonder iets te zeggen mee gesleurd naar het einde van de gang. Vanaf daar liepen ze de trap op, naar de zesde verdieping.
Eenmaal daar aangekomen liepen ze nog een gang door. Deze was, in tegen stelling tot de gangen op de eerste, tweede, derde, vierde en vijfde verdieping schoon, helder en glimmend wit. Op de begaande grond waren de gangen grijs met felle lampen, waardoor het leek alsof het zwart wit was.
Aan het einde van de gang opende de bewaarder een houten deur en liet Jevy naar binnen gaan. De houten deur werd dicht gedaan en bijna onhoorbaar op slot gedraaid. Ze zuchtte, ze mocht dan wel achter een van de zeldzaamste deuren werken aan de west kant, toch voelde ze zich nog slechter dan normaal.
In de machine kamers zou ze hard moeten werken, maar daar waren mensen waarmee ze kon praten, hier zat ze opgesloten in een te grote ruimte met een schilder ezel, verf en kwasten. Er waren drie grote ramen die zonlicht naar binnen lieten. In de verte zag ze de hoge gebouwen. Toren hoge flats reikte naar de wolken die er altijd tegen aan leken te botsen.
Jevy pakte een van de kwasten en doopte die in de verf. De kwast liet een bruinige streep op het doek achter. Het begin van een van haar kunst werken.
Al haar schilderijen en tekeningen leken zo levensecht, zodat het leek alsof ze zouden bewegen, soms zelfs alsof ze van het doek zouden springen. Ze had echt talent. Het jammere was, het werd verkocht, en zij kreeg er niets voor terug.
Met een bedroefd gezicht schilderde ze verder. De ene streep na de andere. Vlekjes en streken van verf bleven op het doek kleven, tot dat ze een stap achteruit zette en het resultaat bekeek. Het luipaard keek met groene ogen naar haar. De achtergrond was grijs, grijs als de gebouwen die ze in de verte zag. Het enige beetje kleur was het dier. Met een zucht legde Jevy haar kwast weg. Weer een kunstwerk dat ze nooit meer terug zou zien. Het leek soms alsof ze iets geweldigs had geschapen, en dat het dan gewoon vernietigd werd, omdat ze het nooit meer zag.
Het liefste zou ze al haar creaties houden, maar de enige dingen die ze mocht houden waren haar tekeningen, of de overige verf die niemand mee nodig had. Daarmee had ze de muurschilderingen in haar kamer gemaakt. Iedereen had wel iets in zijn kamer wat karakteristiek voor die gene was.
Lirian had planken met daarom hele verzamelingen papieren. Allemaal vol geschreven met verhalen over helden, schurken en soms, als hij weer eens zo'n bui had, ook over de liefde.
Conjor had zijn muur gevuld met stukken steen. Hij had ze op planken gelegd, en als je vanaf een bepaald punt keek, kon je er een gezicht in zien. Jevy had hem een keer geholpen door een tekening van zijn gezicht te maken. Nu hing haar tekening in steen op zijn muur.
Kyrma had overal zelfgemaakte kleding liggen. Soms mocht ze zelfs iets maken voor een bewaarder die haar dan wat brood gaf. Als ze de kans kreeg deelde ze dat brood met de rest. Het was dan het lekkerste wat ze zouden eten in zeker een paar maanden.
Maral en Sellon hadden allebei ijzeren beeldjes gemaakt van de stukken ijzer die niet meer nodig waren bij de machine kamer. Soms konden ze zelfs stukken steen meenemen om beeldjes te maken.
Zo had iedereen wel iets wat zijn of haar kamer wat leuker maakte.
Hoewel dat soort dingen het leven wat aangenamer maakte, werd je toch weer de grond in geboord als je de bewaarders aan zag komen lopen met een nieuweling. Die werd dan in de kamer van iemand geplaatst die naar de noord kant was verplaats, dat gebeurde als je zestien werd, of als die persoon gewoon weg was verdwenen.
Gelukkig was nog niemand verdwenen die Jevy had gekend. Het was beangstigend. De verhalen over wat er was gebeurd met de verdwenen kinderen waren ondenkbaar. Niemand wist ook hoe, en waarom ze mee waren genomen. Er was geen verband te leggen.
De bel klonk en Jevy legde haar kwast in de afwas bak, waar dadelijk iemand uit de zuid kant af kwam wassen.
In de oost kant zaten de kinderen van twee tot acht, in de zuid kant kinderen van negen tot twaalf, en in de west kant zaten kinderen van dertien tot vijftien. Het duurde nog negen maanden voordat Jevy zestien zou worden. Daarna moest ze nog een maand wachten en zou Lirian ook naar de noord kant gaan. Daar zat je dan tot dat je ongeveer achttien was. Wat er dan gebeurde, wist niemand.
Even later liep ze achter een bewaarder aan, door de helder verlichte gang. Nu moest ze terug naar de hal. De bewaarder liet haar de hal binnen gaan. Ze was een van de eerste en ging dus ergens in het midden staan. Nu mocht ze tien minuten rusten en even bij praten. Eigenlijk hadden ze het niet zo verschrikkelijk slecht, maar als je niet deed wat de bewaarders je zeiden werd je in elkaar geslagen of zelfs bijna vermoord. Dat was ook een van de redenen waarom iedereen altijd deed wat de bewaarders zeiden. De bewaarders waren ook snel geïrriteerd, dus je kon maar beter luisteren.
Na twee minuten kwam Lirian binnen, de rest was er nog niet. “Hee,” zei ze. “Hoi” Lirian wreef over zijn pols. Er waren wat rode striemen op zijn polsen en gezicht te zien. “Wat is er moet jou gebeurd?” Ze keek hem bezorgd aan en hield zijn arm omhoog. “Niets, kleine onenigheid met een bewaarder bij de machinekamers. Het is niet erg.” Hij keek naar beneden. Daardoor wist Jevy dat hij loog. “Dat meen je niet, dit ziet er niet niet erg uit.” Met een beetje boze blik keek ze hem nu recht in zijn ogen. “Echt, er is niets, het doet niet eens pijn.” “En dat moet ik geloven?” Ze raakte een schram op zijn voorhoofd aan. Lirian vertrok zijn gezicht even van de pijn, maar herstelde zich snel. “Ik zie dat het geen pijn doet.” Ze bleef bezorgd kijken. Even zei ze niets terwijl het leek alsof zijn grijze ogen haar opslokte. “Euhmmm,” begon ze, een beetje beschaamd om haar gestaar. “Vannacht, kom je weer langs?” Lirian knikte als antwoord. “Ja, tuurlijk.”
Net nadat hij dat had gezegd ging de bel weer, tijd voor de les. Ze namen afscheid en liepen beide naar hun eigen lokaal. De lokalen gevonden zich in het middelste gebouw. Binnen in het vierkante gebouw, met kamers en dingen als het atelier, stond een hoog blok gebouw waarin zeker tweehonderd lokalen en kamertjes zaten. De ingang naar de machinekamers, steen slijpers, kracht centrale en de afval dump bevond zich dan ook in dat gebouw.
Jevy volgde haar klas door de deur de binnenplaats op. De waterige zon liet het gebouw nog grijzer lijken. Ze volgde de bewaarders naar binnen, door de vele gangen, langs vele kamertjes en lokalen naar hun lokaal, C5. Op de begaande grond waren alles lokalen A 1 tot en met 50. Op de eerste verdieping B 1 tot en met 50, en zo het zelfde bij C en D.
Jevy en haar klas, van in totaal twintig kinderen, zaten altijd in lokaal C5. Het lokaal keek uit op de noord kant van het kamer gebouw. Het uitzicht verschilde niet veel met al het andere. Grijze muren, dat was wat je altijd zag buiten. Niets dan saaie kleuren en hier en daar een plukje gras tussen de stenen op de binnenplaats.
Ze gingen het lokaal binnen en de bewaarders sloten de deur. Nu bleven ze de rest van de les naast de deur staan. Het leek Jevy nogal saai om te doen, toch had ze geen medelijden met de bewaarders. Vergeleken met wat haar klas moest doen, was hun baan nog leuk.
Jevy ging zitten en bereide zich voor. Uit de la onder het tafelblad van haar tafel haalde ze een potlood en papier te voorschijn. Als je dat niet meteen op je tafel had liggen als de docent binnen kwam lopen, dan zwaaide er wat. Meestal kreeg je dan een mep met een plastic lat.
Ze ging rechtop zitten en wachtte met in elkaar gevouwen handen. Geen seconde later kwam de docent binnen. Een man van in de veertig met het officiele docenten uniform. De grijze stom maakte hem nog bleker, en zijn bijna witte haar maakte hem zeker twintig jaar ouder. Met koude blauwe ogen keek hij je altijd achterdochtig en verachtend aan. Geen enkel greintje aardigheid was te bespeuren in de man. Meneer T, zo wilde hij genoemd worden. Niemand had ooit zijn volledige naam gehoord of gezien. 

Passar Malam

Today I went to the Passar Malam, and Asian fair. It was a great experience, with all kinds of food!! sculptures, clothing and stuff. My friends (Maxime and Maxime, yeah, I know...) went there with me.
And now, picture time xD





It was really amazing and such nice people.
Ow, and before I forget I'm making a whole collection of dragons, drawn dragons. I'll post them all at once after I've finished them all.
Greetz M.

No inspiration

Well, I got back from swimming, but no inspiration. :( I do have the pictures....


I am going to the Pasa Malam, it's an Azian fair thing.... Or something like that. They have all kinds off stuff, so I'll look for something cute, or awesome. xD
But I'm kind a out of money, so something expensive..... NO.
Greet M.

donderdag 5 juli 2012

Yeeeey 4 swimming

Today I'm going to swim at some kind of lake with my family. It's pretty hot here, so a little fresh water will be nice. xD
I'll look out for inspiration for my blog and all that stuff. But most of all, I'll have fun with my two cousins.
I wanted to post a picture of them, but my phone doesn't work allong (again!). But I'll try it at home when I get back.
Greetz M.

woensdag 4 juli 2012

Nyan Cat

Hii, guys.
A few months ago, I made this necklace. It's not that much of a fantasy thing, but I would love to show it to you anyway.


After the flim

Snow White and the Huntsman was an AWESOME flim!!!!
It had action and fantasy! The story was almost the same as the original tale, but there was more action, weapons and dangerous things. :D
In one word: AWESOME!!!!!
It's a must.

Snow White and the Huntsman

This evening I'm going to: Snow White and the Huntsman.
I think it's a really fun movie, and super awesome! But We'll see. xD
I'll give you a review when I get home.

In a twist to the fairy tale, the Huntsman ordered to take Snow White into the woods to be killed winds up becoming her protector and mentor in a quest to vanquish the Evil Queen.



Happy Potter :D

THIS IS JUST GENIUS!!!!